NIENK - film en mediacultuur blog

NIENK - film en mediacultuur blog header image 4

Mexicaanse lovestory over zelfkastijding

November 17th, 2010 by Nienke
Respond

door Nienke Huitenga
De Australische regisseur Michael Rowe verraste dit jaar op het Cannes festival met zijn debuutfilm Año bisiesto (schrikkeljaar). Een controversiële film die de eenzaamheid en intimiteit toont van een jonge Mexicaanse vrouw in de grote stad. Rowe won de befaamde Camera d’Or voor dit indrukwekkende, sadomasochistische en gek genoeg tedere portret.

De jonge journaliste Laura woont in een eenvoudig appartement in Mexico-stad waar ze stiekem de buren begluurt terwijl ze zichzelf weemoedig masturbeert. Ze liegt tegen haar moeder aan de telefoon dat ze een bruisend leven heeft met veel vrienden, maar eigenlijk is ze ontzettend eenzaam. De passieloze sfeer wordt onderstreept door de smakeloze blikken met eten die ze voor de tv naar binnen werkt, maar ook door de lompe seks die ze heeft met willekeurige mannen die ze mee naar huis neemt. Laura is een zachtaardig persoon maar tedere omhelzingen accepteert ze alleen na een ritueel van ruige erotiek.

De benauwende setting van een appartement en de afstandelijke camera geven een objectieve blik op haar wrange seksuele verlangens. Hoewel de seksscènes ongemakkelijk heftig zijn, maar oprecht in beeld zijn gevat, legt Rowe nergens teveel aandacht op verklarende aanwijzingen. De eenzaamheid en anonimiteit van de grote stad lijken net zo goed een aanleiding voor Laura’s masochistische gedrag als de schuldbeladen relatie met haar vader.

Tedere dominantie
Terwijl ze de dagen afstreept op haar kalender, zien we Lara om onduidelijke redenen hoopvol hunkeren naar 29 februari, een dag des oordeels. De seks die ze verlangt wordt ook steeds heftiger met het verstrijken van de dagen. Wanneer ze Arturo op een van haar mannenjachten mee naar huis sleept, vraagt ze hem steeds verder te gaan in de hardhandige seks. De onprettige seksuele scenario’s die Laura hem verzoekt uit te voeren, voelen eerder aan als een weg van zelfkastijding dan van een onderdanige fetisj.

Waarom Laura de pijn opzoekt is dubbelzinnig. Wilt ze zich bevrijden van haar afgestompte gevoel? Is tederheid voor haar traumatisch verbonden aan geweld? Rowe houdt de focus op Laura zonder haar complexe karakter af te zwakken met een freudiaanse uitleg. Año Bisiesto is juist intrigerend om deze afstandelijkheid en de subtiele omkering van de dominantie positie tussen deze twee sekspartners. Zo gewelddadig als hun relatie wordt, zoveel tederheid bloeit er tussen de twee op. Wanneer Laura het uiterste van Arturo vraagt, wordt zijn beeld als gehoorzame beul steeds sprekender.

Año bisiesto is een typische film die aan de oppervlakte een kil en uitgekleed plot lijkt te hebben. Maar wanneer je als kijker de tijd neemt om de tegenstrijdige elementen - tederheid en geweld - tot je door te laten dringen, dan spreekt de monsterlijke manie van Laura heel oprecht.

Deze recensie is geschreven voor Film1 - in de bioscoop donderdag 25 november 2010

Regie: Michael Rowe | Cast: Monica del Carmen, Gustavo Sánchez Parra, Marco Zapata, Diego Chas, Jaime Sierra | Genre: drama| Duur: 92 minuten.


Tags:   · · · · No Comments.

The American : een etalagefilm van het thrillergenre

September 17th, 2010 by Nienke
Respond

In The American acteert George Clooney vanachter zijn oogballen. In de rol van huurmoordenaar Jack speelt hij een van zijn meest klassiek mysterieuze rollen tot nu toe. De eenzaamheid en de beteugelde paranoia die Jack tekenen, is door regisseur Anton Corbijn als een landschap uiteengezet. Zijn fotografische blik benadrukt Jacks omzwervingen in de ruimte, op zoek naar absolutie tijdens zijn laatste opdracht.

The American - Clara

Vrienden maken kan niet met het beroep van Jack. Vriendschappen zijn zo kwetsbaar als een eendagsvlinder. Ze kunnen zomaar je ergste vijand worden of de zwakke schakel zijn in je missie. Jack, alias Edward, alias Mr. Butterfly vlucht na een geëscaleerde missie in Zweden naar een dorpje in de pittoreske regio Abruzzo in Italië – ook wel ‘het land van de zwijnen’.

Jack wil eruit. Hij wil niet meer met die ingeblikte angst een leven leiden. In Rome zoekt hij zijn baas op en sluit een deal. Een laatste opdracht in ruil voor een moordenaarspensioen. Thekla Reuten speelt als statueske scherpschutter zijn laatste opdrachtgeefster. Keurig gekleed in Italiaans design veinzen ze een gezellige picknick. Met een glaasje Chianti bespreken ze het kaliber van het geweer dat Jack zal samenstellen.

De gewrongenheid van de situatie is goed gevat maar neigt naar stijfheid. De stilheid van het acteren met weinig woorden heeft in de film geloofwaardige momenten, maar Clooney en Reuten lijken soms erg gefixeerd in het kader als twee poserende modellen. Omdat Jack zo weinig prijst geeft, heeft Corbijn de nadruk gelegd op omgevingselementen met betekenis. Jack drinkt vluchtige kopjes koffie in een kale bar waar een western speelt op de TV en “Tu Vuò Fa’ L’Americano” (Je doet alsof je Amerikaans bent) speelt. (Toevallig deze zomer bekend door de remix van Yolanda Be Cool met `We No Speak Americano`).

The American - Jack

De film is op die manier absoluut prachtig. De hoekige antieke steegjes van Castel del Monte, het dorp waar Jack zich schuilhoudt, en de glooiende bergen van Abruzzo zijn hypnotiserend. Bovendien is er in de filmgeschiedenis nog niet eerder een stijlvollere seksscène gemaakt dan in deze film het geval is. Het enig menselijk contact dat Jack zichzelf toestaat is een affaire met de bevallige Clara, een prostituee. Met haar, voor het eerst, durft hij uit zijn routine te stappen.

Al deze ansichtkaart perfecte decors staan Clooney’s opbouwende spel niet in de weg. Echter, in Control (2007) was duidelijk te zien dat Corbijn zijn onderwerp beter beheerste. De statische camera gaf ruimte aan de excentrieke energie van zanger Ian Curtis. Er was een betere osmose tussen het fotografisch vakmanschap en het filmobject. Helaas doet Corbijns compositionele cinematografie The American niet even krachtig uitkomen. Waardoor het blijft steken op het niveau van een etalagefilm van het thrillergenre. De teneur van het fotografisch kader maakt de film te ‘mooiig’.

Films als The American, en bijvoorbeeld A Single Man tonen hoe vakmannen als fotograaf Anton Corbijn en mode ontwerper Tom Ford zich hebben laten verleiden door de schoonheid van de cinema. Het resultaat is een film die tot in de puntjes is afgewerkt maar niet verder duwt dan het allerbeste van hun eerste ambacht. ◊ NH

The American | Regie: Anton Corbijn |Scenario: Rowan Joffe | met:  George Clooney, Thekla Reuten, Paolo Bonacelli, Filippo Timi | Productie: Grant Heslov, George Clooney, Ann Wingate | Camera: Martin Ruhe | Montage: Andrew Hulme | Muziek: Herbert Grönemeyer | Verenigde Staten, 2010 | Distributie: Benelux | Duur: 95 minuten| Te zien: vanaf 16 september

Tags:   · · · · · No Comments.

Machete: een geweldadig proud-to-be-fout feest

September 17th, 2010 by Nienke
Respond

Voor regisseur Robert Rodriguez functioneert geweld als een choreografie in een goed getimede montage. Net zoals in een musicalfilm. Maar dan met meer vechtscènes en spuitend bloed. De scherpe oneliners en de zelfspot van sterren als Robert De Niro en Jessica Alba, maken Machete een vermakelijk maar gewelddadig proud-to-be-fout feest.

Machete - Danny Trejo

In Machete vecht hoofdpersonage Machete (Danny Trejo) tegen de corrupte autoriteiten en de georganiseerde criminelen. Tijdelijk ondergedoken als illegaal dagloner probeert hij een anoniem leven te leiden in Amerika. Echter, zijn reputatie als huurling brengt hem weer terug in een pittig complot.

Rodriguez heeft de problematiek rondom het grensbeleid tussen de VS en Mexico uitgewerkt tot een sarcastische grap. Als centraal draaipunt in deze grap heeft hij niemand minder dan Robert De Niro bereidt gevonden om als Senator McLaughlin dit lekker dik aan te zetten. Samen met zijn border patrol team maakt de senator homevideo’s waarin hij vluchtende Mexicanen bij de grens afschiet als konijnen. Een stukje entertainment voor de geldschieters van zijn verkiezingscampagne in Texas.

Machete wordt door de spindoctor (Jeff Fahey) van de senator verleid om mee te werken aan een dubbel complot. Danny Trejo maakt als Mexploitation held wel een verlegen indruk. Dit komt waarschijnlijk omdat zijn tekst gereduceerd is tot een minimum en vooral zijn gehavende grimas het spreken doet. Het is een meesterlijke zet van Rodriguez, dat de gortdroge humor boven het grof geweld doet uitstijgen.

Machete -Nurses

Hoewel B-films tegenwoordig als nostalgisch genre opnieuw populariteit hebben gewonnen – denk aan Snakes on a Plane (2006) en Black Dynamite(2009) – lijkt Machete niet 100% stijlproof. De fijne lijn van een amateuristische fanmade hommage of een kundig genre meesterwerk ligt niet altijd even strak bij deze film. Soms is een shot net iets te lang en klungelig of lijkt een camera beweging willekeurig (of niet willekeurig genoeg).

Over het geheel is Machete goed vermaak. Voor wie de neptrailer in Death Proof(Quantin Tarantino) kent, is het een absolute must deze gore-comedy te gaan kijken. Voor wie zich niet gemakkelijk voelt bij rondvliegend tuingereedschap en kapmessen, moet eens even goed nadenken hoeveel vampieren er zijn gesneuveld in het preuts romantische drama van Twilight…NH

Machete | Regie: Robert Rodriguez | Scenario: Robert Rodriguez en Álvaro Rodriguez | met: Danny Trejo, Michelle Rodriguez, Jessica Alba, Robert De Niro | Productie: Elizabeth Avellan | Camera: Jimmy Lindsey | Montage: Rebecca Rodriguez | Muziek: John Debney en Carl Thiel | Verenigde Staten, 2010 | Disdtributie | Duur: 107 min | Te zien vanaf 9 september

Tags:   · · · · · · · · No Comments.

Machtig & Multimediale Mussolini

April 23rd, 2010 by Nienke
Respond

VINCERE – Marco Bellocchio (2009)

Regisseur Marco Bellocchio laat in Vincere op voortreffelijke wijze zien hoe volharding, eindeloze onverzettelijkheid, en brandende passie uiteindelijk tot een krankzinnige wereld leiden. In een tijdperk waar kunst, media en politiek een veelbetekenende wending nemen in de Europese geschiedenis, etaleert Bellocchio het verhaal van Ida Dalser. De geheime liefde van Benito Mussolini, die met al haar passie niet kan voorkomen dat ze het slachtoffer wordt van een aanbrekende moderne tijd.

Bellocchio besteedt gelukkig weinig aandacht aan het hoe en waarom achter het fenomeen Benito Mussolini. De film duikt meteen in de sferen van het opkomende fascisme en laat de roerige tijden van de Eerste Wereldoorlog voor zich spreken. De jonge Benito Mussolini wordt krachtig gespeeld door Filippo Timi en weet lust en honger naar macht te laten fonkelen in zijn ogen. Al deze lovende beeldspraak is gerechtvaardigd omdat Bellocchio met veel levendigheid de eerste acte van de film presenteert.

De theatrale protesten van Mussolini en zijn hartstochtelijke avonden met Ida Dalser (Giovanna Mezzogiorno), krijgen door de korte scènes met vloeiende muzikale overgangen een zweem van opera. Doordat Bellocchio meer de aandacht vestigt op beweging dan op dialoog. Met enkele momenten van triomfantelijk gezang, gecombineerd met archiefmateriaal uit het Mussolini-tijdperk, lijkt het alsof Bellocchio niet alleen in vorm maar ook in stijl ‘declameert’ hoe het fenomeen Mussolini tot stand komt.

Ida Dalser wordt neergezet als een tragische heldin. Ze hield van Benito Mussolini nog voor dat Italië hem vereerde. Zij gaf haar leven, en verkocht haar inboedel om de ambitie van de jonge Mussolini te financieren. Met zijn eigen krant Avanti! zette hij de eerste stap naar een socialistisch Italië. Hun passionele relatie raakt opgebroken door de Eerste Wereldoorlog, en hervinden elkaar pas jaren later in een oorlogshospitaal. Ze treft hem daar aan al starend naar het plafond, waar een film wordt geprojecteerd met Jezus in close-up. De iconische rol die hij later als Il Duce zal aannemen, wordt hierbij prachtig gesuggereerd. Bellocchio kruipt hier bijna ongemerkt over naar een meer filmische en melodramatische toon.

Op dat moment ontmoet Ida ook de nieuwe vrouw van Mussolini, en duidelijk wordt dat zij nooit meer aan de zijde van Benito zal mogen staan. In ongeloof blijft ze strijden voor haar rechten als ‘vrouw van’. Haar volharding doet Mussolini beslissen haar op te sluiten in het gekkenhuis. Het enige contact wat ze dan nog heeft met Mussolini, is via de portretten van hem die overal hangen, de radio, de krant en de bioscoopjournaals. Ida’s ongezonde overtuiging brengt ze ook over op haar zoon Benito Albino. Hij, hoewel erkend door Mussolini, zal ook ten onder gaan aan de waanzin van het tijdperk van Il Duce.

Vincere tekent als film misschien nog meer een tijdperk van ongekende moderniteit dan een portret van Mussolini. Ida’s blinde geloof dat Mussolini uiteindelijk voor haar zal kiezen staat mooi in een parallel verband met het blinde vertrouwen dat Mussolini via zijn multimediale propaganda wist te creëren onder het Italiaanse volk. Hij bespeelde als eerste dictator heel kundig zijn achterban via de media en kunst. Politiek had in zijn regime alles te maken met beeldvorming. Imago is beeldvorming, en beeldvorming is media.

Bellocchio heeft er voor gekozen om in dit tweede gedeelte van de film de originele Mussolini via de archiefbeelden zijn eigen rol te vervullen. Filippo Timi lijkt in de verste verte niet op Mussolini, maar Bellocchio weet de overgang van een intieme relatie tussen Ida en een jonge Benito naar een afstandelijk politiek icoon (Il Duce) heel kundig te brengen. Een film die absoluut de moeite waard is, alleen al om te zien wat film betekende voor mensen begin twintigste eeuw. ◊ NH

Tags:   · · · · · No Comments.

The local filmcultural community: a research project @ Monash University

April 23rd, 2010 by Nienke
Respond

World Film Festivals: a case study with the German Film Festival in Melbourne An exploration of film culture based at Monash University, Australia.

The following blogarticles are part of a research project by Nienke Huitenga (me) and Alida Tomaszewski, supervised by Adrian Martin.
During the Audi Festival of German Films (AFGF) in Melbourne last year (2009) we researched issues around programming, image-building and local filmcultural communities. Alida and I did an interview with festival director Klaus Krischok (first article) and wrote several articles independently. For more visit the World Film Festivals - website.

The German Film Festival: Interview with the Festival Director

May 1, 2009

By Alida Tomaszewski and Nienke Huitenga

Nienke Huitenga and Alida Tomaszewski catch up with Klaus Krischok, AFGF director and programmer, at the 3CR radio studios in Melbourne. Krischok is one cool cat. As the interview begins he dons his aviators and lights a cigarette, explaining that he has in fact quit smoking but, well, you know…

How does the Goethe Institut reconcile its commercial and cultural agendas?

You’ve got to understand that there are always stakeholders in a festival, and certain interest groups. The Goethe Institut is not a commercial organisation, it is a cultural organisation. So we don’t have any commercial interests, we’re not here to sell anything. But we team up with an organisation that’s called German Films, which looks after German film exports, and they have a more commercial interest. That creates a nice kind of friction.

As the director of the AFGF, what are your personal interests?

I’m more interested in showing the stuff that I really like, and what will work really well with Australian audiences, whereas German Films are interested in making deals with the distributors.

Is there much of a marketplace for distributors at this festival?

Well, in theory yes. We team up with Australian film distributors. The distributors get screeners and have access to the cinemas. Usually there are a few films that get snatched up by Australian distributors. So there is a bit of a marketing side to it, but let’s face it, it’s not that huge.

The Australian film distributors are really well networked, and they travel to Berlin in large numbers, as well as Cannes. Rotterdam, maybe, but it’s really Berlin and Cannes that really are the gateways for foreign films into Australian cinemas.

So that makes for a stronger cultural role of these national film festivals – I think it’s the same with the French, Italian and Spanish film festivals. If you want to shop you go to Berlin and Cannes, if you want to see things you go to our film festivals here.

Aside from German Films, are there any other parties that influence the course of the festival?

Here we work with a commercial chain of cinemas, and that’s Palace, and they of course need to see dollars and cents at the end.  I also need to break even at the end, because even with all the sponsorship money it’s a very pricey affair to put on a film festival.

What would you say is the ultimate goal of this festival?

From a cultural point of view, our goal is to create an awareness of the variety of artistic expression, lifestyle and talent in Germany. The second goal is to help German Films find an audience.

Say we look at the supply chain, one of our partners is World Movies. World Movies usually buys 4 or 5 of our films that are screened at the festival. They then screen those on TV, if they are successful there then SBS will snatch them up.

So, I’ve got 20,000 bums in seats, when World Movies buys a film we have about 60 or 80,000 viewers per night. Then if it’s picked up by SBS we’ll get around 100 to 120,000 viewers on top of that. So in terms of creating the avalanche effect, the festival is what people see, what happens afterwards is the effect that we desire.

Have the numbers attending the festival accumulated over the years?

Absolutely, the festival has grown. When I took over 4 years ago we had 15 films. We have 30 films now. So a lot more screenings take place, in more cinemas, on more days. There are more program slots, and program slots at the cinemas are always an economic risk. Believe me, some of the cinemas are struggling, and therefore are very happy to have us.  For example, a weak session for me is a session with 50 people, but I know at maybe the same time slot on a Friday afternoon there would usually only be maybe 25 people in the cinema [if there was no festival].

We’ve noticed you take good care of your guests and have been showing them around Melbourne during their stay. Is looking after the actors a lot of work?

It can be. In the four years that I’ve been doing this I haven’t had one that was really troublesome. There is a issue with actresses, and that’s blood-sugar levels. It’s such a big thing, they watch really closely what they eat, and once their blood sugar levels are down, I say “OK, I’ve got something I my pocket, have it now!”

Aside from that, there is a potential clash of egos, so we make a point of not inviting two actors who are on the same level, or would be competing. Australia is too far away, and they’ll say “I’ve taken this long journey, I want to be in the limelight”.

It’s very good with these two [Anna Maria Mühe and Robert Stadlober], because they’re friends. She went to Robert’s concert just a few weeks ago, and it’s all very good.  So it’s better to invite different types, a director and an actor is usually better than two actors. Marco Kreuzpaintner would have been great too, but Robert is wonderful . We had a 45 minute interview on SBS this morning and it was lovely, Robert is full of knowledge.

Can you describe the process of getting Anna Maria Mühe and Robert Stadlober to Melbourne for the AFGF?

In close cooperation with German Films. Because they’re based there [in Germany] and deal exclusively with that subject matter, they have a little more experience than I have, in regards to who can be used for promo purposes and who cannot. Like with Jürgen Vogel who was at the festival last year, who’s really a megastar, it was my own independent decision to go to the agent and say “we want Jürgen Vogel , what do we have to do?”. There was an immediate decision that he wanted to come, because it happened to coincide with his 40thbirthday.

In the past we have deliberately not approached a Volker Schlöndorff or a Wim Wenders, because for me it’s very much about this fresh, new, young look – the new generation. For example Wim Wenders travels to Australia twice a year, he only travels first class, he’s got “a thing”, he’s got a Koala complex [laughs]. We know through his agent that he himself suggested he come to this festival, and we said “maybe next year”. We need to find a bigger context for him, because if you get a Wim Wenders it dominates the whole festival, nobody want to hear or see anything else. But I’m not saying no to Wim Wenders! Because on the other hand, it can be good for publicity.

Do you spend all year working on this festival?

Claudia and I work on it for about half a year. Ideally I go to the Munich film festival because you get a good idea of what’s happening, but we start the selection process in later October, early November. Basically pampering the sponsors is a life, not a love, it is a year long exercise.

Apart from the AFGF, we put on about 50 other cultural events per year. Sometimes we support events, like in March we had the St Thomas Boys’ Choir from Leipzig at the Sydney Opera House. It was sold out and there were 9000 people at the Opera House. We invited all our sponsors to a VIP reception at the Opera House and to meet the cantor of St Thomas Boys’ Choir, and they loved that.

Do you agree to give the sponsorship logos visibility over the entire year at all your cultural events?

Yes, that’s all part of it. The easy case would involve deals being made over a short conversation and a hand shake, and a more complicated case involves a contractual negotiation. In the case of Audi, we don’t have a written contract now, they trust us. They have the naming rights, and this is really important for them, and this opens certain gateways for them that they would never find on their own.  By piggy-backing on the back of cultural events, they get very good value for money, like being on all those City of Sydney banners. Or in the cinemas, they are entitled to have their cars displayed which would usually cost them a lot of money.

Are you looking at growing the AFGF into a larger, international event?

We wouldn’t be successful in doing this. There are some very specific factors. Other than Australia I know of no other country that does this circuit of national film festivals. Canada is very much like Australia – it’s a huge country, a federation, has two major cultural hubs and it’s multicultural, the same thing should happen, yet they don’t do this circuit of national film festivals. It’s a specifically Australian thing. They serve their purpose here, in a sometimes healthy and sometimes problematic competition with the international film festivals.

My intention is to plant the right kind of content in the right kind of context. If I think that my German content has gotten the best possible visibility and echo within the AFGF, then I’ve done my job. If  I think a film like Alle Anderen is better hosted within, say the Sydney International Film Festival, then they should have it.

The French Film Festival is a bit of an exception because it’s older, it happens in more cities and has even more of an audience than ours. That could be the benchmark. One could say that we’d like to get to the level of the French Film Festival which won’t happen ’till…I don’t know when. But making it (the AFGF) on par with an international film festival would be wrong.

What’s That “German-ness”?

April 26, 2009

By Nienke Huitenga

Submerged in visual entertainment, and having a close encounter of the German kind, I feel it’s time to reflect on that intuitive idea of German culture and how it engages the attending audience. In a piece describing the status of the 8th edition of AFGF (in an interview by Dagmar Pysik on the Goethe Institut festival blog), Klaus Krischok stated that “it smiles at the Australian audience and looks forward to new and vibrant exchanges with our cool and young-ish viewers.” I think I fit the young-ish viewer profile, and therefore would like to summarise my impressions of how this festival has communicated its ‘identity’ to me.

The Audi Festival of German Films appears to be a delicately balanced composition of films that appeals to a heterogeneous audience. I have attended screenings where I joined a 60 to 70-something audience (Clara, Effie Briest), but equally enjoyed films with a 20 to 30 year old audience (Dr Aleman, Berlin Calling), or younger (Lippel’s Dream, Krabat). Festival related activities like Berlin Sessions – an event where prominent German DJs present their latest electronic remixes – andGDRetro (East German film side-program), give an opportunity to enjoy this festival just the way you like it: an exposition of German cinema (through the available panel discussions and Q&A’s) or a cultural immersion through the variety of identities presented in the films.

Actually, when I read between the lines of the festival’s presentation and program, I find there is something of a gentle juxtaposition: a reunion of a differing generational viewpoints belonging to an intuitive idea of what German cinema embodies. An illustrative example is the documentary Eye to Eye: All About German Film by Michael Althen and Hans Helmut Prinzler (2008). Presented as a ‘celebration of 100 years of German cinema’, this topically reconstructed overview of cinematic history is built on the memories and personal ‘ideas’ of German cinema of ten eminent German filmmakers, including Tom Tykwer, Doris Dörrie, Wim Wenders, Caroline Link, Christian Petzold and Michael Ballhaus. The interview fragments (with the experts) are alternated with thematic sequences of film clips from the most conspicuous (historical) scenes, and edited together as though we are watching one long take on all the (universally) connected (‘German’) themes through time. Characteristic films like Murnau’s Nosferatu (1922), Heimat (Edgar Reitz 1919-2000), M (Frits Lang, 1931), Rocker (Klaus Lemke, 1972) and Fassbinder’s Martha(1974) are nostalgically associated to childhood memories or genius inventions which influenced the artistic view of some of the experts in this documentary.

Festival director Krischok (who was present in the audience during the screening) rightly pointed out that this documentary is not a history lesson, but an emotional journey through cinematic history. This is exactly what makes it both successful and unsuccessful. It is extremely successful for the thematic chain of clips, which take you on a journey through all the different manifestations of German cinema. However, these drifting-along clips and memories leave the less German cine-savvy spectator empty handed at ‘The End’.

The tableau that Eye to Eye sketches lacks accessibility, for it pertains mainly to a more proficient German cinema cinephile. Therefore it conjured up enough questions for the panel discussion following the screening. Most of the questions from the audience were in the spirit of ‘why are there mostly male directors in de the documentary’ (besides Dorris Dörrie and Caroline Link), or ‘why isn’t there any attention to the New German cinema’? A question I personally had in mind is why the more recent episode from the 1990s till the 21stcentury is not represented, but someone from the audience covered that interest by commenting that she totally did not relate to the presented view on German cinema, because the invoked perspective comes off a bit antiquated to a younger audience. I assumed she felt just as much a bystander to this phenomenon as me: something of a different generation.

The film critics present at the panel discussion, following this screening, tried to take in the criticism and give a satisfactory answer. Panel member Christian Buss (film critic for Der Spiegel) largely agreed with the audience that his favourites were missing too. Adrian Martin (Film critic and Senior Research Fellow in Film and Television Studies at Monash University, Melbourne) tried to give a more film theoretical approach to this inspection of German film culture. Inspired by the suggested ‘German-ness’ (a neologism suggested in the documentary), Adrian Martin raised the question: what does this idea of a national cinema actually lead to? He commented on this nostalgic (canonical) view on German cinema that it falls in the trap of a narrow interpretation of what such a cinema is. In a similar way, Wim Wenders underlines Martin’s point by saying (in the film) that he actually fled from his German roots to America, so he could free himself of a particular predilection what German film should be. Unfortunately, he could not escape and embraced his film culture later on in his career.

The overall impression I have of this festival is that the perspective given on German cinema gravitates to a national, and perhaps self referential, presentation, rather than placing it in a larger, international context. However, the festival convincingly offers an interesting display of the successes of contemporary German film culture. Yet, as I have stated earlier in my first contribution to the blog (‘The Festival as a Cultural Meeting Point’), I am not convinced that the Audi Festival of German Films will disclose its nature, persona or innate ‘Germaness’ as effectively to an audience non-related to Germany’s (cinematic) identity.

The Musical Experience at the Audi Festival of German Films

April 25, 2009

By Nienke Huitenga

Amongst the various thematic ties that link film to film in this festival, the one that stands out for me most is music. Within the selection of films that I managed to attend, I have found three films that caught my attention for their portrayal of various German music-cultural scenes. Together as a group they diachronically represent three major moments in German music history: Clara, Hilde and Berlin Calling.

A film that refers to the hedonistic life of a specific music cult of my generation is Berlin Calling. Electronic music composer DJ Ickarus travels the world to play his music on festivals and in clubs, and eventually gets lured down the rabbit hole of drug addiction. In his hometown of Berlin he works on his new album, but the pressure of delivering the album he dreams of, paired with the temptation of drugs, initiates a downward spiral from which we wonder whether he will ever return. Watching this film, I was comfortably submerged in an ambient spectacle. Paul Kalkbrenner, in the role of DJ Ickarus, performed very au naturel although this is his acting debut, for in real life he is a fulltime musician like his character. Thanks to the flowy electronic music, the film is a nice ‘trip’ through the psychotic episodes of DJ Ickarus. However, without it, the story might come off too placid.

Next is Clara, a film by Helma Sanders-Brahms (a distant relative of Johannes Brahms) exposes the struggle Clara Schumann undergoes when her deep love and passion for music conflicts with her duties as wife to Robert Schumann. Young Johannes Brahms, who admires Clara’s talent, touches Clara with his brilliant and entrancing compositions. His charming personality brings him close to the family circle of the Schumann family. Robert Schumann respects him for his virtuoso compositions, and later, Clara finds herself torn between feelings for charming Johannes, and her duties to the care of the mental health of her husband.

Naturally, the film zones in on the music composed by Robert Schumann and Johannes Brahms, and these moments are by far the most powerful in the film. The art department and set design give the mise-en-scène a sense of historic truth, however, the characterizations by the actors feel a little beyond the historic period. Pascal Greggory, who plays Robert Schumann, looks a bit uncomfortable in the role of the German composer. It may partly be because, as a French actor, Greggory has to tackle the German language as well as the flamboyant character of Schumann. In fact, part of Greggory’s downfall is in his larger-than-life portrayal of his character, which brings colour to the film but lacks truth. As it happens, the film loses me on several occasions because of the strange camera angles, and jarring transitions. On the other hand, the film captivates me again in its calmer scenes where the pleasure, love and passion of Robert Schumann’s and Johannes Brahms’ compositions are given the time and focus that they deserve. I was both bored and moved watching this film, but in the end I loved it for the justice it did to the talent and artistry of these passionate musicians.

Hilde, my second favourite thus far, is a biopic about Germany’s multitalented Hildegard Knef, beginning with her youthful years. She fearlessly and cheekily auditions for an acting school (at age 14), and without hesitating exclaims that she has talent. Her determined spirit comes through in one of the songs she writes later on in her career – ‘Fur mich Soll’s Rote Rosen Regnen’ (It Shall Rain Red Roses for Me). She puts down her fist by singing ‘I want everything or nothing!’ It marks the persevering spirit she has in making her dreams come true. Hildegard shakes up 1950s Germany with the first nude scene in Die Sünderin (1951), and tries to make it in Hollywood as an actress in film productions by David Selznick, further signs of her strength and ambition.

For me, the phrases of song-text, rhythmically intercut at various moments of the film, reveal much about Hilde’s life journey. Set between different ‘chapters’ of her career, the poetic motif culminates in a full performance at the end of film. The songs we hear during the film act as commentary, shedding light not only on the atmosphere of her home, Berlin (‘Mein Zuhause’- My Home), but also on her state of mind, as she finds herself as an artist. The jazzy ‘best singer without a voice’ (as Ella Fitzgerald called her) is convincing when the film reaches the last chapter, where Heike Makatsch (Hilde) performs ‘Fur Mich Soll’s Rote Rosen Regnen’ both skilfully and seductively.

The Festival as a Cultural Meeting Point

April 20, 2009

by Nienke Huitenga

Take your seats and buckle up, the Audi Festival of German Films (AFGF) has taken off. Klaus Krischok, director of this cultural event was proud to announce The Baader Meinhof Complex (Oscar nominated film by Uli Edel, 2008) at the opening night, last Thursday in Melbourne. Holding my popcorn and coke, I was ready and eager to see whether all the excitement surrounding this film was justified. It is certainly an impressive film; however, this piece of art gushed over me like a history-flash, and I felt I did not get a better understanding of this particular moment in German history. In this condensed thriller, 1960s RAF-leader Andreas Baader (Moritz Bleibtreu), his radical girlfriend Gudrun Ensslin (Johanna Wokalek) and idealistic journalist Ulrike Meinhof (Martina Gedeck) are the only consistent characters among the numerous fleeting accomplices. This film is not a lightly digestible blockbuster, far from it, and maybe therefore not quite as successful in sharing the story adequately with an audience less familiar with this complex intrigue. Exciting action sequences, punchy dialogues … however, this film is a real brain-drain because of its complexity. Nevertheless, ironically, it was a most appropriate opening film, considering that Lufthansa (one of the AFGF golden sponsors) was hijacked in the film, and it is highly probable that Andreas Baader stole an AUDI (golden sponsor), as Mr. Krischok confided in me in an interview.

This distinct cultural event is one of many in Melbourne. Being a very recent Melbournite, I have noticed that the French, Italian, Turkish and Spanish have done well in bringing their national cinemas to the Australian theatres. Melbourne seems to be a city that breaths and thrives on cultural celebrations. Krischok rightly states on the official festival blog that ‘film festivals like ours are the gateway for international films to Australia. Despite the rise of digital formats and individual viewing experiences there still seems to exist a strong appetite for a communal cinema experience in front of the big screen.’ I must say, although the AFGF is here to show the best of recent German cinema to the Australian audience, to lure the film savvy Melburnians out of their homes, there definitely is a strong ‘communal’ German-Australian attraction-value to this festival. I couldn’t help but notice how people comfortably addressed me in German (cued by my Goethe institut T-shirt, probably) at the opening night, and other screenings as well.

Interestingly, just before the screening of Lippel’s Dream (Friday morning 11am), the same specific audience was present. Lippel’s Dream is a children’s film about a boy (Lippel) whose father, a successful chef, has to leave him for a week with an austere nanny, because he’s invited to work in America. Lippel, a quirky cheerful boy with a vivid imagination, comforts himself with the Arabic 1001-night bedtime stories, and loses himself in an adventure that switches between his fantasy world and the horrible reality of the oppressive regime of the nanny. This film obviously appeals to the young audience escorted by their parents. They evidently had a German-Australian background as, again, I was addressed in German while I was representing the Goethe Institut at the Kino (cinema). Naturally the Institut hopes to promote itself through this festival, and it would be a logical place and premise to do it. However I wonder whether this cultural event will actually attract enough interested Australians (as distinct from German-Australians) to be successful in its objective to sell German culture (language courses etc). They unquestionably will succeed in showcasing their viewpoint on Germany’s edgy, experimental and political film culture to the larger audience. Exemplary for their success was last weekend, where several screenings were nearly sold out, and Q&A’s well received.

To conclude, the AFGF presents itself more like a German sanctuary than I had expected. Therefore, I would like to reflect in the coming days whether this particular festival might relate more to a cultural celebration (in all its facets) than a critical exposition of Germany’s film industry and culture.

Tags:   · · · · · · No Comments.

IMAGINE dag 3: horrordrama en echte-vrouwen-sprookje

April 20th, 2010 by Nienke
Respond

Filmfestivals zijn intensieve feestjes. Je beweegt je voornamelijk tussen de koffie/cola/spaatje rood (of biertje?) en de donkere bioscoopzaal om dan heel af en toe het daglicht te zien voor de lunch. Dergelijke feestjes overleef je dan ook alleen met een grenzeloze toewijding aan ‘de zevende kunst’ (film), en dat is wat dit festival voor tien dagen lang doet zinderen. Zelfs als een (enge, smerige horror-) film om 11 of 12 uur begint, dan is de ‘honger’ al enigszins voelen. Relaxed achterover in de pluche bioscoopstoel, om dan ook weer zo op te veren wanneer een bijl of motorzaag het eerste slachtoffer van de dag maakt.

THE ECLIPSE (Conor McPherson - Ierland, 2009)
(20 april)

Deze film deed me heel goed schrikken, maar het nodigde ook uit tot nadenken. Een Ierse productie die op het eerste oog meer over een liefdes drama gaat dan om de griezels in de kast. De statige Ciarán Hinds (o.a. van Harry Potter, In Bruges, There Will Be Blood) speelt de weduwnaar Michael Farr. Michael heeft net zijn vrouw verloren, en begint de geest van zijn nog levende schoonvader te zien. En dat is geen fijn aangezicht. Terwijl hij dit allemaal meemaakt is er ook een literatuurfestival gaande in de stad waar hij schrijfster Lena Morelle (Iben Hjelje) leert kennen. Uiteraard schrijft zij boeken over het bovennatuurlijke. Michael vindt troost bij haar, en durft eindelijk over zijn vrouw te spreken en de verschijning van geesten in zijn huis. De twee ontwikkelen een band, en dat is precies waar deze film heel spannend van wordt. Omdat het liefdes drama (Michael is niet de enige die een oogje op Lena heeft) eigenlijk de voornamelijke leidraad wordt, zijn je gedachte helemaal niet meer ingesteld op de monsterlijke tronie van opa die Michael een donker gat in wil trekken. De muziek draagt daar ook aan bij. De film krijgt sfeer door dreigende koor klanken, afgewisseld met een gevoelige piano. Deze werkt over het algemeen goed op de sentimentele stukken, maar helaas bij de meer neutrale scene’s neigt het naar een Amerikaans-restaurant-met-foute-jazz-op-de-achtergrond sfeer. Evengoed is _The Eclipse_ een indrukwekkende film die horror enigszins ‘classy’ neerzet: Een liefdesdrama + griezel. Je zou je zomaar kunnen vergissen als je er langs zou zappen…

TEARS FOR SALE (Uros Stojanovic - Servië, 2008)
(20 april)

Luc Besson investeerde als distributeur in dit heerlijke zelf-spottelijke sprookje: in een bergdorp hier ver ver vandaan (ergens in Oost-Europa) kampt de bevolking met een tekort aan mannen. Boginja en Ognjenka zijn de twee laatste maagden en hun toekomst ziet er somber uit. Laat je ontbloemen door de laatste man in het dorp, bedlegerige opa Bisa, of sterf als een oude vrijster. Omdat hun jeugdige onhandigheid opa Bisa de nek omdoet, worden ze behekst en ten dode opgeschreven als ze niet binnen drie dagen een verse man kunnen regelen. Dit leidt tot allerlei komische situaties. Alhoewel hekserij en bijgeloof deze film net aan kwalificeren voor het fantastische genre, zou het net zo goed passen in de programmering van een festival voor folklore of komedie. Regisseur Stojanovic heeft veel aandacht besteed aan slapstick in de vorm van bitchfights. Hysterie en haren-trekkerij komen tot een climax wanneer Boginja en Ognjenka achter twee  mannelijke circusartiesten aan galopperen. Deze twee oer-dames, met über-vrouwelijk lang gevlecht haar, kapen Arsa (Koning van de Charlston) en Dragoljub (De man van ijzer) en slepen ze terug naar hun thuisbasis hoog in de bergen. Met Arsa en Dragoljub als focus van de laatste acte, lijkt het plot te draaien om de mythe van de echte man (galant of sterk). Maar eigenlijk is deze film gewoon een echte-vrouwen-fetisj met overdreven jurken-folklore (wel mooi!) en een soft-pornografische seks-scène. Bijzonder folkloristisch spektakel uit Servië, maar weinig ‘oemf’. ♦ NH

Tags:   · · · · · · · · · · No Comments.

IMAGINE Dag 2: samen uit samen schrijven

April 17th, 2010 by Nienke
Respond

Filmgids heeft dit jaar drie enthousiastelingen die het IMAGINE platlopen: Pim, Nienke en Erwin. Omdat er ’slechts’ 25 films te zien zijn, hebben deze gewillige recensenten gekozen voor wat duo-schrijfsels. Zoveel films, zoveel smaken, en twee weten meer dan één. Vandaag in de aanbieding Mermaid, Fantastic Mr. Fox, Monkey Boy, Diagnosis Death en No Smoking.

FANTASTIC MR FOX (Wes Anderson, VS/GB 2009)
Nienke: Lekker bijdehante film. Wes Anderson lijkt echte ‘vosse’ humor hebben kunnen vatten. Meneer Vos is scherp, eigenwijs en heerlijk impulsief. Ook erg leuk om op IMAGINE het ambacht van de stop-motion te zien zegevieren met MARY & MAX en deze klassieker van Roald Dahl. Zeker omdat Wes Anderson een zeer gewichtige concurrent was van UP bij de Oscars van 2010, samen met CORALINE van Henry Selick. Kinder verhalen blijven net zo krachtig en cool met handgemaakte poppen. Echter, helemaal uitzinnig werd ik niet van deze Fantastische meneer Vos. Anderson is ook een beetje verzakt in het moeras van gezapig moralisme. Het centrale probleem van de ‘foxy’-familie is onder andere de vader-zoon relatie. Neefje Kristofferson maakt Ash (zoon Fox) jaloers met zijn karatekunsten, en daardoor wordt de problematische atleet-issue een beetje sentimenteel. Vader Fox is namelijk de grote sportheld van het bos, en dat wil Ash graag evenaren. Met sentimenteel vader-zoon moment als climax in de laatste acte. Jammer.

Erwin: De term ‘bijdehante film’ omarm ik met alle liefde en Nienke heeft het wat mij betreft bij het rechte eind door wat betreft de vosachtige eigenschappen. Het bijzonder knuffelbare stop-motion is precies wat Fantastic Mr. Fox tot het geweldige product maakt dat het is. Het natuurgetrouwe element van de film, van de gedragingen van de diverse diersoorten tot aan de haartjes op de mooie rode staart van Meneer Vos hemzelve, zorgen voor een welhaast tastbare wereld en een prachtige concretisering van de oorspronkelijke boekvorm. Het door Nienke genoemde moralisme ligt er zonder meer vrij dik bovenop. De film, die gegrondvest lijkt op typische zeventiger jaren familietradities en rolverdelingen schikt zich echter prima in deze toon. Esthetisch laat Fantastic Mr. Fox concurrentie mijlenver achter zit. Verhaaltechnisch is het wellicht wat simplistisch, tegelijk werkt het verhaal bijzonder effectief en maakt het de hoofdrollen vertolkende dieren niet te menselijk en daarom bijna geloofwaardig. Bovenal vormt deze film een prachtige ode aan de Europese flora en fauna en de uniekheid van het individu, in typische Wes Anderson-stijl. Vergeet vooral de geweldige voice-acting niet.

MERMAID (Anna Melikyan, Rusland 2007)
Erwin: Mermaid kondigt een sprookjesachtig begin van de dag aan, een mooi gegeven aangezien ik net zelf uit dromenland ontwaakt was. Weekend.

De film is mooi geschoten en tevens ambitieus. Rusland wordt neergezet als een neerslachtig land, waar vooral in de grote stad nauwelijks nog ruimte over is voor dromen en oprechte idealen. Alisa’s dromen staan haaks op de rauwe Russische realiteit en hoewel aandoenlijk zijn ze wel erg kinderachtig en probeert de film te hard zich een zweverig, onbevangen karakter aan te meten zoals we dat wel gewend zijn uit films uit Amélie. Het slot van de film mist vervolgens ook enigszins doel, omdat de diepere betekenis die hiermee uitgestraald meent te moeten worden iets te kort door de bocht en te gemakkelijk is. Mermaid is geenszins een slechte film, maar moet op het gebied van originaliteit teveel concessies doen om te beklijven.

Nienke: MERMAID was inderdaad een fijne start van de middag ;-) Een melancholische zeemeermin vond ik juist heel magisch! De Amélie-truc is inderdaad misschien wat uitgekauwd, maar bij deze Russische interpretatie van een ongewoon kind, verwekt in zee, opgegroeid aan de kust, en bijna verdronken in de grote stad…dat vond ik een mooie allegorie. Alisa is eigenwijs (à la Amélie) en moet met haar familie verhuizen naar Moskou omdat een storm hun juttershutje heeft weggevaagd. Alisa - 17 jaar - vind een baantje als wandelend reclame bord. Vanonder haar telefoon-kostuum observeert ze het leven op straat als een sirene op een rots aan de branding. Op een avond vind ze Sacha aan de rand van de rivier, en deze man is nog veel dieper verdronken in zijn eigen ellende. Ik vond het toch heel mooi gevonden dat ze een soort ‘urban’-zeemeermin was. Met groene haren…dat is dan misschien wat cliché. Ik ben van mening dat je een sprookje niet te nuchter kan vertellen, dus ik vond de zweverigheid niet storend. Eigenlijk was het best een goed gevonden, rauw sprookje. Zonder de sprookjes-poeha. Een aanrader!

NO SMOKING (Anurag Kashyap, India, 2007)
Nienke
Er ligt bij _No Smoking_ een heel goed idee aan de basis, maar de uitwerking is zeer neurotische en Bollywood hysterisch. Niet verwonderlijk wanneer het gaat om stoppen met roken op een meest brute wijze: bij iedere sigaret die K rookt na het tekenen van zijn ‘afkick’-contract zal hij 1) een vinger verliezen guillotine-stijl, 2) zijn broer (met slechts één long) zal in een kleine kamer worden ‘vergast’ met sigaretten rook, 3) zijn vriendin zal ‘verdwijnen’.

Het ligt meer aan mijn gebrek aan Bollywood-expertise dat het wat schreeuwerig op mij overkomt, maar wanneer je een dialoog moet volgen waar ook de tekst van de begeleidende muziek aan de ondertiteling is toegevoegd, dan raken mijn ogen wat in de stress, so to speak. De plastische tekstballonnetjes die aangeven wat K en zijn vriendin van elkaar denken terwijl een zwoele dans een tussenscène opvult, waren toch echt teveel van het goede. Deze elementen waren gewoon ook vervreemdend omdat de rest van de film een zeer hoge productie waarde toonde. Mooie decors, strakke pakken, bijzondere locaties, stunts en special-effects. Mijn advies voor regisseur Kashyap: kill your Bollywood darlings, please! Met wat minimale veranderingen was het echt een knaller van een film.

De succesvolle elementen waren vooral de eindeloze plottwists. Het deed me enigszins denken aan _The Game_ uit 1997 met Michael Douglas. Stoppen met roken raakt K op allerlei lagen van zijn bewustzijn. Zijn dromen worden werkelijkheid, of lijkt het maar zo? Is de man die hem ‘behandelt’ ook eigenlijk zijn echte dokter? Of toch niet? Reflecteert het stoppen met roken een catharsis of reiniging van de ziel? Dit klinkt zwaar en diep psychoanalytisch, maar het is juist een onverwacht ‘rond’ toegankelijk verhaal.

Erwin’s Imagine Dag 2: De verkeerde diagnose
Naast Mermaid en Fantastic Mr. Fox stonden er nog twee films op het programma, te weten Diagnosis: Death en Monkey Boy.

DIAGNOSIS DEATH (Jason Stutter, Nieuw Zeeland 2009)
Diagnosis Death zag ik samen met mijn gewaardeerde collega Pim, en hoewel hij er na afloop aardig over te spreken leek, was ik niet onverdeeld enthousiast. Ja, de uitwerking was grof en bedoeld amateuristisch, wat de film absoluut wat noodzakelijke humor verschafte. Desondanks vond ik de humor vaak niet grappig genoeg om echt aan te slaan. Het verhaal in Diagnosis: Death is voor horrorbegrippen niet eens zo ongelooflijk slecht, maar sluit niet naadloos aan en is constant net een tikje te flauw om echt aantrekkelijk te worden. In het kort komt het neer op enge, onbestemde geluiden, een mysterieus ziekenhuis, een boek en wat geesten. Uiteindelijk is het vooral de onderhuidse seksuele spanning tussen de twee hoofdpersonages die zorgde dat de aandacht niet geheel verslapte. Helaas blijken zelfs strakke truitjes en te korte broekjes niet eens een garantie tot bevrediging. Diagnosis: Death is echt niet slecht en doet redelijk wat dingen goed, maar valt net zo makkelijk weer te vergeten.

MONKEY BOY (Antonio Monti Italië 2009)
Monkey Boy betreedt een pad der uitersten. Daar waar Diagnosis: Death een film is die waarschijnlijk snel in de vergetelheid zal raken, is Monkey Boy een film die ik vooral zo snel mogelijk wil vergeten. De film opent bijzonder traag, met een vrouw die tergend langzaam een bord eten een kelder in brengt. Tot dusverre nog potentie tot enge, groteske gevolgen. Wanneer deze zelfde dame vervolgens thuis overvallen wordt, is het beest los. Handheldcameragekte is alles wat overblijft, genoeg om achteloze bezoekers in een levensgevaarlijk delirium te brengen. Een eenzaam apenjong is wat er uit de krochten van vrouw’s kelder gekropen komt, klaar om de wereld van wraak te bedienen. De karakters, het verhaal, de beelden, het is allemaal los zand en echt van erbarmelijke kwaliteit. Willekeur lijkt alles waar deze film uit bestaat, en het is als achteloze bezoeker vooral hopen dat de regisseur nog enige vorm van mededogen rijk is. Bij zijn gratie word je na 90 minuten eindelijk uit deze ellende verlost. Het is echt bijzonder spijtig te zeggen dat deze film monsterlijk slecht is. Helaas is dat de enige gepaste conclusie.

Een dag van uitersten dus. Gelukkig heb ik de meest geweldige animatiefilm van de afgelopen jaren op filmdoen mogen zien. Ik raad iedereen ten zeerste aan dat eveneens te gaan. Fantastic Mr. Fox laat zien dat Wes Anderson nog steeds een regisseur met ongekend veel kwaliteit is. Maandag meer verslag mijnerzijds. Graag tot dan!

VOORUITBLIK
In het vooruitzicht: Uwe Boll fans/haters opgelet! Rampage, Salvage, Oost-Europese wanhopige tranen in Tears for Sale en The Eclipse

Tags:   · · · · · · · · No Comments.

Opening 26e editie IMAGINE Film Festival met Phil, Dick, Mary & Max

April 16th, 2010 by Nienke
Respond

Knus en gezellig was de opening van het IMAGINE Film Festival, 26e editie, in bioscoop Kriterion. Vergeleken met de grotere horror-spektakel-filmfestivals (zoals Sitges in Spanje en Brussel) heeft de Amsterdamse versie een groot no-nonsense gehalte. Een bescheiden cultfeest. Geen glitter en glimmers, gewoon met je gympen op de rode loper. En dat misstaat bij Kriterion absoluut niet, want een vleugje studentensfeer is deze bioscoop wel eigen.

Voorheen mocht het ‘Amsterdamse Film Festival voor de Fantastische Film’ wat sjieker verkeren in Tuschinski, maar misschien is er vanwege de crisistijden daarom gekozen voor een bescheiden opzet. Alhoewel aan de website niets valt op te merken – mooi ontwerp, handige online-ticket verkoop en kekke poster – zullen bezoekers de komende weken tijdig hun kaartjes moeten afhalen: er zijn maar twee kassa’s, één voor de pers en twee voor de bezoekers. Huiselijke sfeer moet u zich voorstellen.

Artistiek directeur Phil van Tongeren opende de avond. Sinds 2008 heeft hij de leiding van het festival overgenomen van ‘Mr Horror’ Jan Doense. Phil kan ongetwijfeld goed programmeren, of speeches schrijven, want de man kan duidelijk wel mooie woorden produceren. Met 20 jaar ervaring als filmrecensent bij Oor, Nieuwe Revu en zijn eigen blad Schokkend Nieuws was dit te ‘horen’. Echter, presenteren is niet zijn forte.

In 2008 heeft hij mij diep teleurgesteld toen Tim Burton – mijn groot favoriet van het fantastische genre – zijn oeuvre prijs in ontvangst kwam nemen. Ik zat uiteraard op het puntje van mijn stoel in Tuschinski 1. De flappen van Burton’s grijze trenchcoat wapperde langs mijn stoel terwijl hij over het middenpad naar het podium toog. Misschien was Phil net zo opgewonden als ik, want hij broddelde wat bedankjes en lofuitingen en stelde deze cultheld misschien twee vragen….na een koelbloedige ´thanks´ en ´great´ van de kant van mr. Burton, was hij binnen 5 minuten al weer pleiten! Phil, je begrijpt, dat was erg jammer. Met een hoofdletter J.

Dus met een schuin oog observeerde ik zijn openingspraatje. Dit jaar hoefden wij als publiek niet veel wilde fantasieën te hebben over wie dit jaar de oeuvre prijs kwam collecteren. Dat was al enkele weken bekend, namelijk onze eigen Neder-horror beschermheer Dick Maas. Phil luidde de oeuvre award in met een flitsende collage van Dick Maas’ werk, een overzicht van 27 jaar films. Het was te zien dat Dick zich tussen de uitersten van komedie en horror prima weet te bewegen. Daarom was een lang en gul applaus zeker op zijn plek. Dick heeft vervolgens het publiek getrakteerd op een ‘sneakpeak’ van 40 seconden van zijn nieuwe horror film SINT. In de bioscopen verwacht in november dit jaar.

De openingsfilm dit jaar was de Australische animatiefilm Mary & Max. Het heeft regisseur Adam Elliot 5 jaar gekost om deze ‘oldschool’ stop-motion animatie te maken. Het is een zeer aandoenlijke animatie geworden met clichématige grapjes. Mary en Max zijn beiden eenzame types die wat moeite hebben met het begrijpen van de wereld. 8 jarige Mary (in Australië) besluit een willekeurig persoon tot penvriend uit te kiezen en stuurt een brief naar de autistische 42 jarige Max (in New York).

Het verhaal leunt (en kreunt en steunt) voornamelijk op de zeer prominent aanwezige voice-over die de briefwisseling begeleid. Dat maakt de sepia wereld van Mary en de zwart/wit omgeving van Max wat zompig. Echter, de kunde van regisseur Elliot om dubbellaagse humor (‘kind-ouder humor proof’ zeg maar) met een zwartgallige en ietwat cynische ondertoon toch heel fris te houden, is bewonderenswaardig.

In de volksmond is het IMAGINE het ‘ fantastische film festival’, en dat stelt een breed spectrum aan (cult)genres voor. Een menu à la carte met klassieke splatterpunk, commerciële horrorflick en Oost-Europese sprookjes. Om een zo divers mogelijk publiek te bedienen heeft IMAGINE een goede ‘sandwich’-deal: films als Repo MenThe Crazies en REC 2 trekken de reguliere horrorfan, maar films als Troll 2Black Dynamite en Vampire Girl vs Frankenstein Girl spreken tot de trouwe cultfilmliefhebber. Ook voor de anime kunt u terecht bij IMAGINESummerwarsGenius Party Beyond en Oblivion Island: Haruka and the Magic Mirror. Voor mensen die geen bloedspetters en griezels kunnen verdragen zijn de films MermaidTimerThe Eclipse en Fantastic Mr. Fox aan te raden, de aaibaarheidsfactor is zeer hoog. ♦ NH

Tags:   · · · · · · · No Comments.

What’s the difference between an ‘unfortunate’ and a ‘loser’?

February 14th, 2010 by Nienke
Respond

Alain de Botton, filosoof van onze tijd. Hij weet op speelse manier kritische ideeën begrijpbaar te maken over onze materialistische wereld, onze sociale angsten, status nijd, maar ook over liefde, reizen en werken. Op het TED congres in Californië dit jaar hield hij een korte speech over een ‘meer zachtaardige filosofie van succes’. Hij bespreekt o.a. hoe wij mensen - onze huidige maatschappij - niet zozeer materialistisch zijn ingesteld, maar het is een gevoel van beloning (door dingen) waar we voldoening uithalen. We zijn verslaafd aan het gevoel van meerwaarde en beloning wanneer we status-symbolen kopen. Eigenlijk een teken van een tekort aan liefde. Dus die ene man die zo trots is op zijn Ferrari…heeft eigenlijk een dikke knuffel nodig. Het mooiste voorbeeld dat hij gaf, vond ik hoe hij ons er op wees hoe onze beschaving is veranderd in de laatste 500 jaar - Ten tijden van de Middeleeuwen werden minder succesvolle mensen (armen, zieken etc) ‘ongelukkigen’ genoemd. Zij waren niet gezegend of hadden niet het geluk gekregen van rijkdom en gezondheid. Maar nu, 21e eeuw, is het aan jezelf te danken. Je bent een verliezer.

Link naar >> Alain de Botton: A kinder, gentler philosophy of success

Tags: No Comments.

Le Concert - Radu Mihaileanu

January 14th, 2010 by Nienke
Respond

Le Concert pakt je in met een dromerige zee van zachte strijkers en de hypnotiserende bewegingen van twee dirigent-handen. De film is een snoepje voor het oor en een heerlijk lomp tragi-komisch verhaal over Andreï Filipov (Alexeï Guskov). Hij was een begaafd dirigent ten tijde van Brezhnev’ regime, maar werd tijdens een optreden van Tchaikovsky’s “Concerto voor Viool en Orkest” ter plaatse ontslagen omdat hij weigerde zijn Joodse muzikanten te ontslaan. De communisten ontmantelen Filipov’s orkest door te verbieden te musiceren. Nu is Filipov veroordeeld tot een nietsbetekenend baantje als schoonmaker.

Le Concert portretteert heel scherpzinnig de clichés van boertige Russen en de wringende paradox van hun zeer fijngevoelige passie voor muziek. De eerste helft van de film neemt je mee naar de dagelijkse ellende en kwelling van Andreï’s beroep als schoonmaker voor zijn geliefd Bolchoï orkest, 30 jaar later. Zijn muzikale vrienden zijn net als Andreï verzonken tot vergelijkbare klusjes-baantjes, waar ze dagelijks hun klaagzang doen over de tijd van weleer.

Radu heeft veel detail gelegd in het verbeelden van het hedendaags Rusland, waar mensen leven in een paradox van een failliet systeem. De schijn van glasnost en perestrojka vind een ironische vertaling in Andreï’s vrouw. Ze is figuranten-ronselaar voor neppe communistische demonstraties en maffia huwelijken waar niemand geïnteresseerd is in de bruid en bruidegom, enkel de wodka en de bruidstaart. De glans van weleer wordt door een vervallen decor en versleten kostuum nog steeds gezocht.

Andreï ontdekt op een ochtend een fax van het Parijse Théâtre de Châtelet in het kantoor van de directeur van het Bolchoï. Zijn gekneusde ego en hongerig muzikaal hart nemen de gedurfde beslissing om de uitnodiging te aanvaarden. Maar dan wel met zijn eigen ‘orkest’. De spanning tussen de man met de wens om zijn eer te herstellen, en de schier onmogelijke missie om zijn orkest weer bij elkaar te krijgen (en houden), zorgt voor humoristische ontlading. Echter het moment dat je echt grijpt is de verzuchting van Andreï, zijn verlangen naar harmonie – de ultieme Tchaikovsky uitvoering. Harmonie is op verschillende manieren de bindende factor in de film: zijn chaotisch orkest en de samenwerking met de getalenteerde violiste Anne-Marie Jacquet (Mélanier Laurent), maar ook de vrede met het verleden. Uitgerekend de man – Ivan Gavrilov (Valeri Barinov) - die hem vernederde op het podium 30 jaar geleden, zal hem moeten helpen dit muzikale avontuur te laten slagen.

Radu Mihaileanu vluchtte in 1980 zelf ooit uit Roemenië voor het regime van Ceauşescu, naar Frankrijk. Hij studeerde film en maakt sinds de jaren ’90 films. Eerder werk zoals Train de Vie (1998) maakte hem bij het internationale publiek bekend op het Sundance Festival. Een recenter werk Va, Vis et Deviens (2005) ontving lovende kritieken op onder andere de Berlinale.

Mihaileanu’s Le Concert wint het om gezien te worden omdat de muzikale komedie je hart verwarmt, maar de archetypische Slavische dronkenmanschap, de zigeuner-ritselaar en de geagiteerde Fransman zijn te keurig in het kader gevat. De tweede helft van de film is ietwat flauw en de karakters voorspelbaar, en lijkt aan het einde met grote stappen thuis te komen met een afgeraffeld verhaal. Echter, het is fijn om te zien dat klassieke muziek zonder veel ‘poeha’ onderwerp van een luchtige komedie kan zijn.

Tags:   · · · No Comments.